ONTDEK HET WOORD
RENNEN
RENNEN vertelt wat iemand doet.
RENNEN is een werkwoord. Een werkwoord vertelt wat iemand of iets doet, wat er gebeurt of wat iemand is. Je kunt werkwoorden vaak in een andere tijd zetten.
Voorbeelden
Wij rennen naar buiten.
De hond rent snel.
Gisteren renden we naar huis.
Morgen gaan we rennen.
Handige tip
Vraag jezelf af: wat doet iemand?
Wat doen de kinderen? Ze rennen.
Daarom is rennen een werkwoord.
Wat doen de kinderen? Ze rennen.
Daarom is rennen een werkwoord.
Test jezelf
Wat voor woord is RENNEN in de zin:
βDe kinderen rennen over het plein.β
βDe kinderen rennen over het plein.β
RENNEN ontdekt!
Je weet nu dat RENNEN een werkwoord is.