VOORBEELDEN
De fiets staat voor het huis.
Zij staat voor mij.
We wachten voor de ingang.
Was je handen voor het eten.
Een woord dat een relatie laat zien.
VOOR is een voorzetsel. Het kan vertellen waar iets staat of wanneer iets gebeurt. Bijvoorbeeld: iets staat voor het huis of gebeurt voor het eten.
Goed gekeken? Ga op zoek naar een nieuwe Woordsoortemon en scan de volgende QR-code.